Ontwerp

Informatie voor ontwerpers

Waarmee men bij het ontwerp rekening moet houden.
Nadat het aantal aardwarmtekorven is berekend, bepaalt men samen met de opdrachtgever de ligging van de afzonderlijke korven, waarbij er een situatieschets ten opzichte van het perceel wordt gemaakt. Op de situatieschets moeten bomen, leidingen (water, telefoon, riool, enzovoort) worden aangegeven. Standaard worden er altijd 3 korven op een rij met elkaar verbonden tot een streng met een lengte van 320 tot 340 meter, inclusief de toevoerleiding naar de verdeler. De positie van de afzonderlijke korven kan naar voorkeur worden bepaald. Om geen voorzieningen voor het inregelen op te hoeven nemen, wordt het zogenaamde Tichelmannprincipe toegepast. Dit bepaalt dat bij gelijke buislengtes en gelijke doorsnee ook identieke doorstroom hoeveelheden en stroomverhoudingen heersen. Men moet erop letten dat de lengteverschillen bij de strengen maximaal 10 procent bedragen. Boven de aardwarmtekorven is geen bebouwing zoals garages, carports, kelders, zwembaden of straten toegestaan.

Men dient de volgende afstanden aan te houden: de afstand tot fundamenten, naburige percelen, wegen, zwembaden en water-/rioolleidingen dient minimaal anderhalve tot twee meter te zijn. De ideale hart-op-hartafstand tussen de korven bedraagt tenminste 6 meter. De benodigde ruimte voor positionering van het aardwarmtekorfveld in aan elkaar evenwijdig lopende strengen bedraagt ongeveer tien vierkante meter per korf (grote korf: 45 m2), bij op een rij geplaatste strengen ongeveer vijf vierkante meter per korf (grote korf: 45 m2).