Zo werkt het

De werking van de warmte-onttrekking

Bijna net als een oppervlaktecollector onttrekt ook de aardwarmtekorf in de zomer en in de herfst zijn warmte aan de bovenste bodemstructuur op een diepte van 1 tot 4 meter.
Bij langere looptijden en in de koude helft van het jaar openbaren zich de voordelen van de aardwarmtekorf in vergelijking met de oppervlaktecollector: terwijl de oppervlaktecollector alleen op een aardlaag om en nabij de vorstgrens kan werken, onttrekt de aardwarmtekorf de benodigde warmte-energie uit de dieper gelegen, warmere aardlaag.

Reden voor het bijna onbeperkte operationele gebied van de korf is zijn ronde vorm en de naar beneden gericht conische vorm. Zo wordt er, ondanks het feit dat er maar een klein oppervlak nodig is, een zeer groot aardvolume voor de energiewinning bereikt en verloopt de warmteonttrekking uiterst gelijkmatig.
Het voortijdig bevriezen van de directe omgeving is daardoor uitgesloten, terwijl dit bij een te krap bemeten oppervlaktecollector wel kan gebeuren.